Groep 0/1/2

Dit doen wij allemaal in groep 1/2

De kinderen gaan maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag de hele dag naar school.
Op woensdag zijn de kinderen van groep 1/2 vrij.

Gymmen
Ongeveer 1x in de week en als het regent gaan we naar de gymzaal. Hier doen we allerlei spelletjes, leren oefeningen of mogen we zelf spelen. Uw kind heeft hiervoor gymschoenen nodig. De gymschoenen van alle kinderen worden op school bewaard in een bak.

Zendingsgeld
Op maandagochtend staat het zendingsbusje klaar.

Wat we gaan doen kunnen de kinderen in de klas zien aan de dagritmekaarten.
- Beginnen: Om 8:20 uur gaat de kleuterdeur op het kleuterplein open. U kunt dan uw kind in de klas brengen. Om 8:30 uur gaat de bel en gaan we beginnen.
De kinderen hangen hun jas aan het haakje van de kapstok. De tas wordt in de bak onder hun jas gezet.

- In de kring: We denken na welke dag het is vandaag. We luisteren naar de hulpjes. Dit zijn de kinderen die naast de juf zitten. Zij mogen vertellen op de vertelstoel.
We zingen met elkaar en bidden.
- Bijbelverhaal: De juf vertelt uit de Bijbel. Aan het begin van het schooljaar wordt het Bijbelrooster meegegeven. Hierop kunt u lezen welke psalm we in die week aanleren en waar de Bijbel vertellingen over gaan. De psalm wordt de volgende maandag overhoord.
- Werken: We maken een werkje aan onze eigen tafel of doen een spelletje.
- Eten en drinken: Dit doen we om ongeveer 10:15 uur. We eten graag gezond, geeft u ook fruit mee naar school?
- Buiten spelen: We spelen met allerlei speelgoed buiten. Bij mooi weer gaat in de zomer de zandbak open.
- Leren: We doen een spelletje in de kring.

Pleinwacht
Tussen de middag mogen de kinderen allemaal gratis overeten op school. We lezen uit de kinderbijbel hetzelfde verhaal voor dat we die morgen hebben verteld. Na de boterham en drinken spelen we op het kleuterplein. Ook groep 3 komt dan hier buiten spelen. De ouders zijn hiervoor ingedeeld in een pleinwacht rooster (12:15-12:45 uur). Om 12:45 gaat de bel voor groep 3-8. De juf van groep 1/2 komt dan naar buiten. Om ongeveer 13:00 uur ruimen we al het speelgoed weer netjes op in de schuur.

Een middag ziet er meestal zo uit:
- Beginnen: zingen van de psalm en bidden voor de middag
- Leren: een kringactiviteit (reken- of taalspelletje). Of muziek: Dan leren we een nieuw liedje.
- Hoeken: We kiezen op het planbord in welke hoek we willen spelen of kiezen kastmateriaal waaronder “grote dozen” met constructiemateriaal.
- In de kring: Een kringactiviteit (reken- of taalspelletje.
Aan het einde van de middag zingen we de psalm van de week en dankt de juf.

KIJK!
De ontwikkeling van uw kind volgen wij aan de hand van het observatiesysteem KIJK! De kinderen krijgen 2x een rapport: in februari en aan het einde van het schooljaar.

De volgende KIJK lijnen worden geobserveerd:


- Relatie met andere kinderen
Vaardigheden als contact zoeken, vriendjes maken, samen spelen. Dit vraagt van kinderen dat ze in staat zijn om zich te verplaatsen in de ander en rekening te houden met die ander. Dit vermogen neemt toe met de leeftijd.

- Spelontwikkeling
Alleen en samen met anderen spelen. Ontwikkelen van de fantasie. Zich kunnen verplaatsen in de rol van de ander. Goed kunnen omgaan met spelregels.

­- Taakgerichtheid en zelfstandigheid
De vaardigheid om een bepaalde tijd gericht bezig zijn met een taak. Bereidheid tot het aanvaarden van een taak en de wil om deze overeenkomstig het doel ervan op eigen kracht af te maken. De hulp van de leerkracht is steeds minder nodig.

- Visuele waarneming
Het waarnemen van globaal naar gedetailleerd. In het begin moet een kind vierkanten en cirkels kunnen sorteren. Aan het eind van groep twee wordt gevraagd om de letters te sorteren.
Verkennen en herkennen van betekenisvolle voorwerpen en abstracte vormen via de ogen; in werkelijkheid en aan de hand van afbeeldingen op papier. Het kunnen benoemen en herkennen van kleuren en cijfers.

- Auditieve waarneming
Goed kunnen luisteren, kunnen onthouden en verwoorden van opdrachten, rijmpjes, versjes en verschillende klanken. Ook het kunnen klappen van lettergrepen en het zelf kunnen rijmen.

- Mondelinge taalontwikkeling
Hoe brengt het kind zijn/haar gedachten onder woorden: uitspraak, woordenschat en zinsbouw.

- Ontwikkeling van de beginnende geletterdheid
Belangstelling voor geschreven taal, inzicht in relatie tussen gesproken en geschreven taal, belangstelling voor klanken en letters en het zelf maken/lezen van letters en woorden.

- Ruimtelijke oriëntatie
Ruimtelijke begrippen in afbeeldingen aanwijzen en verwoorden, beheersen van ruimtelijke begrippen, afbeeldingen nabouwen ed.
Relaties tussen het kind zelf en de omgeving (bijvoorbeeld: ik sta achter de stoel); leggen van relaties tussen voorwerpen uit de omgeving los van de eigen persoon (de stoel staat achter de tafel).

- Ontwikkeling van de beginnende gecijferdheid
Verschillende manieren van hardop tellen, (terug-)tellen van hoeveelheden. Getalbegrip. Weten wat erbij en eraf betekent.

 

Er staan helaas geen foto's in dit fotoalbum.
349